Nederlandse woorden: Winkelen en geld
76 Nederlandse woorden over Winkelen en geld met de/het, betekenis en een voorbeeldzin, voor het A1-inburgeringsexamen. de aanbieding, afrekenen, de automaat, h…
- de aanbieding – special offer
- afrekenen – to pay (at the till), to settle the bill
- de automaat – machine (vending/ticket)
- het bakje – punnet, small tub
- de bakker – baker
- de band – conveyor belt; tyre
- de bank – bank
- betalen – pay
- bezorgen – deliver
- de bon – receipt
- het bonnetje – receipt (slip)
- de boodschappen – groceries
- boodschappen doen – to do the shopping, to buy groceries
- het boodschappenlijstje – shopping list
- het briefje – banknote; note
- de cent – cent
- contant – cash
- dicht – closed
- de drogist – chemist, drugstore
- duur – expensive
- de euro – euro
- de fles – bottle
- de folder – leaflet, flyer
- het geld – money
- goedkoop – cheap
- de gram – gram
- gratis – free
- de groenteman – greengrocer
- het karretje – (shopping) trolley
- de kassa – checkout, till
- de kilo – kilo
- de klant – customer
- de klantenkaart – loyalty card
- de koopavond – late-night shopping evening
- de koopzondag – Sunday shopping day
- kopen – buy
- de korting – discount
- kosten – cost
- de kraam – market stall
- lenen – borrow
- de maat – size
- het mandje – basket
- de markt – market
- open – open
- de openingstijden – opening hours
- het pak – carton, pack
- het pakket – parcel
- de paskamer – fitting room
- passen – try on
- per – per, a
- de pinautomaat – cash machine
- pinnen – pay by card
- de pinpas – debit card
- het pond – pond (500 grams, half a kilo)
- de prijs – price
- het product – product
- het rekeningnummer – account number
- ruilen – exchange
- de shampoo – shampoo
- de slager – butcher
- sparen – save
- het statiegeld – deposit (on bottles and cans)
- het stuk – piece
- de supermarkt – supermarket
- de tandpasta – toothpaste
- de tas – bag
- terugbrengen – return, bring back
- tweedehands – second-hand
- verkopen – sell
- de verkoper – seller, salesperson
- wat kost – how much is
- de webwinkel – online shop
- de winkel – shop
- de winkelwagen – shopping trolley, shopping cart
- het wisselgeld – change (money)
- de zeep – soap